← terug

10 juni 2026

Gebruiken we over twee jaar nog wel een scherm?

Vorige week betrapte ik mezelf op iets geks. Ik moest een factuur opzoeken, controleren of een server-update goed was gegaan en een afspraak verzetten. Drie taken, drie systemen, en voor geen van de drie heb ik een scherm met knoppen gebruikt. Ik heb het getypt, in gewone taal, en een agent heeft het uitgevoerd. Het enige scherm dat ik nodig had was een tekstvenster om te lezen wat er gebeurd was.

Dat zette me aan het denken. Een groot deel van wat wij "software gebruiken" noemen, is eigenlijk: klikken door schermen die iemand anders heeft bedacht, om een taak gedaan te krijgen. Het scherm is niet het doel. Het is de omweg. En als een agent die taak ook zonder dat scherm kan afronden, wat blijft er dan over van al die interfaces waar we met z'n allen zo hard aan bouwen?

Vooraf even helder: dit stuk is speculatiever dan wat ik normaal schrijf. Waar ik iets verwacht in plaats van weet, zeg ik dat erbij. Maar de technische basis onder die verwachting bestaat nu al, en daar begin ik.

Wat er technisch al kan

Drie ontwikkelingen maken deze vraag actueel, en geen van drieën is sciencefiction.

De eerste is spraak die echt werkt. Niet de commando's van tien jaar geleden, waar je "zet timer op tien minuten" precies zo moest uitspreken. Moderne spraakmodellen verstaan gewone, rommelige mensentaal, inclusief halve zinnen en correcties halverwege. Het gesprek is een volwaardige invoermethode geworden. Niet voor alles, daar kom ik op terug, maar voor het opgeven van een taak is praten vaak sneller dan klikken.

De tweede is wat computer use is gaan heten: een model dat naar een scherm kijkt zoals jij dat doet, en vervolgens zelf muis en toetsenbord bedient. Het model krijgt een screenshot, herkent knoppen en velden, en klikt. Dat klinkt als een trucje, maar het betekent iets fundamenteels: een agent heeft jouw interface niet meer nodig als jij erbij zit. Hij kan een formulier invullen, door een portaal navigeren en een bestelling plaatsen in software die nooit voor agents is gebouwd. Eerlijk is eerlijk, het is op dit moment traag en het gaat regelmatig mis. Maar de richting is duidelijk: het scherm wordt voor de agent een noodoplossing, geen voorkeursroute.

De derde is de saaiste en de belangrijkste: standaarden waarmee agents direct met systemen praten. Protocollen zoals MCP maken het mogelijk om een agent gestructureerd toegang te geven tot tools en databronnen, zonder dat er een scherm aan te pas komt. Geen pixels herkennen, gewoon een nette afspraak: dit zijn de taken die je hier kunt uitvoeren, dit zijn de gegevens die je daarvoor nodig hebt. Dat is technisch veel betrouwbaarder dan op knoppen klikken, en daarom verwacht ik dat dit de route wordt die wint.

Tel die drie bij elkaar op en je krijgt een verschuiving in wat een interface eigenlijk is. Van klikken naar delegeren. Je beschrijft wat je gedaan wilt hebben, en iets anders zoekt uit hoe.

Een voorbeeld uit de praktijk

Stel je een administratiekantoor voor. Vandaag werkt dat zo: een medewerker logt in bij het boekhoudpakket, opent de bank-omgeving in een tweede tabblad, zoekt bonnetjes in de mail, en klikt alles handmatig aan elkaar. Drie schermen, tientallen klikken, en de medewerker is vooral bezig met overtypen wat in het ene systeem staat naar het andere.

Met een agent ziet dezelfde taak er anders uit. De opdracht is: koppel de bonnetjes van deze maand aan de banktransacties en zet twijfelgevallen apart. De agent leest de mail via een koppeling, haalt transacties op via de bank-API, matcht ze, en levert een lijstje terug: dit is gedaan, hier twijfel ik, deze drie moet jij bekijken. De medewerker kijkt alleen nog naar de uitzonderingen.

Let op wat hier gebeurt. Het scherm is niet weg. Maar het is verschoven van werkplek naar controlepunt. Je gebruikt het niet meer om de taak te doen, je gebruikt het om te beoordelen of de taak goed is gedaan. Dat is een wezenlijk ander soort interface, en ik denk dat dit het eerlijkste antwoord is op de vraag in de titel.

Waarom het scherm hardnekkiger is dan de hype zegt

Want laten we de andere kant ook serieus nemen. De afgelopen jaren zijn er apparaten gelanceerd die het scherm wilden vervangen door spraak en een speldje of een gadget, en die zijn vrijwel allemaal hard op hun gezicht gegaan. Dat was geen pech. Het scherm heeft een paar eigenschappen die heel moeilijk te vervangen zijn.

Informatiedichtheid. Een scherm laat je in één oogopslag veertig regels van een spreadsheet zien, een grafiek, een lijst met afwijkingen. Probeer dat eens voorgelezen te krijgen. Spraak is serieel: één woord tegelijk, in de volgorde die de spreker kiest. Voor het geven van een opdracht is dat prima. Voor het overzien van veel informatie is het waardeloos. Ogen zijn nu eenmaal een veel bredere kabel naar je hersenen dan oren.

Controle en vertrouwen. Als een agent zegt "ik heb de overboeking gedaan", wil je dat kunnen verifiëren. Zeker bij geld, contracten en alles wat onomkeerbaar is. Vertrouwen in agents groeit niet door te beloven dat het goed komt, maar door te laten zien wat er is gebeurd. En laten zien gebeurt op een scherm: logs, diffs, een overzicht van wat de agent heeft aangeraakt. Hoe meer we delegeren, hoe belangrijker dat soort schermen wordt. Ik zeg weleens: de gebruiker ziet alleen het antwoord, maar de organisatie moet de hele dataflow begrijpen. Voor agents geldt dat dubbel.

Samen ergens naar kijken. Een groot deel van werk is niet "een taak uitvoeren" maar "het met elkaar eens worden". Een ontwerp beoordelen, een planning doorspreken, een begroting verdedigen. Daarvoor wil je hetzelfde beeld voor je neus hebben als de ander. Een gesprek met een agent is privé en vluchtig; een scherm is gedeeld en aanwijsbaar. Dat vervang je niet met spraak.

En dan is er nog iets onderschats: browsen. Soms weet je niet wat je wilt totdat je het ziet. Een webshop doorscrollen, foto's vergelijken, opties ontdekken die je niet had kunnen benoemen. Delegeren werkt als je je doel kunt formuleren. Veel schermgebruik is juist het ontdekken van je doel.

Wat dit betekent als je nu software bouwt

Hier wordt het concreet, want dit raakt iedereen die producten maakt.

Tot nu toe was de aanname simpel: de gebruiker van jouw software is een mens, dus je bouwt schermen. De API was iets voor de integratiepartners, een bijzaak. Ik verwacht dat die verhouding kantelt. Als een groeiend deel van je gebruikers straks een agent is die namens een mens handelt, dan is je API niet langer de bijzaak. Dan is het je hoofdingang.

Dat verandert hoe je ontwerpt. Een paar dingen die ik daar zelf uit haal:

Wie alleen een mooi scherm heeft en geen bruikbare taken eronder, wordt straks bediend via computer use: een agent die houterig door je interface klikt omdat het niet anders kan. Dat werkt, een beetje, maar je wilt niet dat de betrouwbaarheid van jouw dienst afhangt van of een model jouw knoppen herkent. Dit klinkt simpel, maar in productie wordt het interessant: een agent die op het verkeerde formulierveld klikt geeft geen foutmelding, die geeft een verkeerd resultaat.

Dus: over twee jaar?

Mijn verwachting, en ik markeer dit nadrukkelijk als verwachting en niet als feit: over twee jaar gebruik je nog steeds elke dag een scherm. Maar je gebruikt het anders. Minder om taken uit te voeren, meer om taken uit te delen en resultaten te controleren. Het routinewerk verschuift naar agents, via spraak, berichten en systemen die onderling regelen wat geregeld moet worden. Het scherm blijft staan waar het onvervangbaar is: overzicht, verificatie, samen kijken, ontdekken.

Het scherm verdwijnt dus niet. Het verliest zijn monopolie. Veertig jaar lang was het scherm de enige deur naar software; nu komt er een tweede deur naast, en die deur is voor agents. De interessante vraag voor wie nu bouwt is niet of die tweede deur er komt, maar of jouw product er een heeft. Wie morgen begint, begint wat mij betreft niet bij het scherm, maar bij de vraag: welke taken kan mijn systeem uitvoeren, en hoe geef ik een agent daar veilig en controleerbaar toegang toe? De schermen volgen daarna vanzelf. Andersom is een stuk lastiger.